Home 
   
 Analogieën 
   
 Filosofie-spiritualiteit 
   
 Universeel bewustzijn 
   
 (Anti)materie 
   
 (Re)incarnatie 
   
 Contact 

Materie vs. antimaterie

Het heelal bestaat voornamelijk uit vacuüm, m.a.w. allemaal lege ruimte ofwel niets. Toch kan licht zich daarin verplaatsen, ofschoon daarvoor een “drager” nodig is. Waar komt deze drager vandaan. Vele geleerden hebben hiervoor van alles bedacht, maar er is er één, n.l. Paul Dirac,  die hiervoor een plausibele verklaring voor geeft, en daarvoor een werkmodel met formules ontwikkeld heeft (https://www.newscientist.com/article/dn17111-how-dirac-predicted-antimatter/) . Hij gaat er vanuit, dat miljarden keren, zowel in  plaats als in tijd, in het vacuüm het niets splitst in materie en antimaterie. Deze reactie gebeurt in een quasi-oneindig kort tijdsbestek om vervolgens direct weer samen te gaan in niets:


        
In feite betekent deze splitsing een polarisatie, die weer herenigt tot niets. De vraag is, of na de hereniging het “niets” hetzelfde is als voor de splitsing. In ieder geval wordt op deze manier een draagvlak gevormd voor het licht. Door dit draagvlak kunnen we via het licht de hele kosmos waarnemen en kunnen we daardoor het persoonlijk en collectief bewustzijn uitbreiden. Er is dus wel degelijk wat gebeurd.
Er is een algemeen erkende natuurwet:
 
                      
Actie + reactie = synthese


d.w.z. elke actie roept een tegenreactie op en deze combinatie leidt tot meer inzicht. In feite is dit vergelijkbaar met de splitsing tot materie (actie) en antimaterie(reactie) en vervolgens de hereniging.
Interessant is dan ook, om een en ander- en dus ook jezelf – vanuit het tegenovergestelde te bekijken. Een voorbeeld kan b.v. in de fotografie toegepast worden. We kunnen een foto bewerken, hetgeen een toegevoegde waarde oplevert. Maar ook kunnen we het negatieve beeld kiezen en dat optimaliseren tot een nieuwe creatie.

We kunnen deze gedachtegang toepassen op de hele schepping, d.w.z. het heelal (of meerdere heelallen) en alles wat daarop leeft is een combinatie van splitsing, polarisatie,  differentiatie en hereniging, integratie. Mogelijk, dat het heelal ontstaan is door de splitsing van een “minuscuul” niets in een “fractie van tijd” tot heelal en anti-heelal  en binnen eenzelfde “tijdsfractie” weer samensmelten  tot “niets” (http://wetenschap.infonu.nl/natuurverschijnselen/151653-antimaterie-wat-is-het.html).  Een duizelingwekkende gedachte als we bedenken, dat dit quasi-oneindig keren gebeurt, maar tijd en ruimte is relatief. De vraag is allereerst, waarom dit gebeurt. Zoals we boven gezien hebben, wordt hiermee een transportmiddel gecreëerd, b.v. voor licht. In een groter geheel wellicht een “licht in een superdimensie”. Is het deze "energie", die uit het niets materie en antimaterie doet ontstaan ?
Het heelal, waarin we leven, zou volgens sommige geleerden in een stadium leven, waarin minstens 90 % van de splitsing in materie en antimaterie weer herenigd is in een tijdsfractie meteen na de splitsing. De materie-restanten bestaan uit melkwegen, zonnestelsels etc. De antimaterie-restanten zouden zich dan bevinden buiten het heelal of in een niet waarneembare non-locale ruimte. Buitengewoon boeiend is de vertaling van deze theorie in herkenning in ons dagelijks leven. Er is enerzijds een behoefte aan ontwikkeling van het individu, dat zich onderscheidt van andere individuen. Dat is het gevolg van de splitsing, dat leidt tot differentiatie. De materiële kant wordt bewust waargenomen. Tegelijkertijd  speelt de antimaterie een moeilijk waarneembare rol, maar moet wel aanwezig zijn. Wellicht geeft dat een tegenreactie, hetgeen leidt tot inzicht en nieuwe keuzes. Mogelijk is de lotsbestemming daarin gelegen .  Er is een streven naar verdere onderscheiding en meer splitsing, zoals ook een verder uitdijen van het heelal.  Tijd speelt hierin een schijnbaar absolute rol en kan in dit perspectief niet relatief waargenomen worden. De materiële kant van het opsplitsen geeft een verdere behoefte aan polarisatie en instandhouding van de status quo. Hierbij speelt het primair overleven een overheersende rol, weg van de dood.
Daarentegen  wordt de hereniging heel anders beleefd. Er is een behoefte aan een zinvolle levensinvulling in dienst van het grote geheel. Weer samen één worden, een integratie. Dit wordt vertaald in een hunkering naar de universele liefde, een thuis komen, een gelukzalig vredegevoel zonder oordeel.  De ultieme eenwording kunnen we pas in de dood ervaren. Godsdiensten en spiritualiteit dienen hierop gebaseerd en uitermate tolerant te zijn. In de praktijk echter zien we  juist vaak de onverdraagzaamheid en polarisatie, dat misbruikt wordt om het eigenbelang van het idee te profileren, in feite een verdere opsplitsing i.p.v. hereniging.
Wanneer het heelal al voor minstens 90 % herenigd is, betekent dat, dat daarin het universele bewustzijn aanwezig is, waaruit we tijdens het leven via de hersenen een klein deel kunnen putten (Pim van Lommel: Eindeloos bewustzijn), maar wordt volledig toegankelijk in de bevrijding door de dood. Echter de overige 10 % moet nog herenigd worden en daarvoor is nieuw leven nodig…… Dat nieuwe leven kan alleen geleefd worden in een nieuw tijdsbestek. Een nieuwe tijd
De energie. Het is gevoeglijk bekend, dat het samenbrengen van materie en antimaterie  energie oplevert. Dan moet er ook energie geleverd worden aan de splitsing. Licht (en andere transporten) via de splitsing en hereniging gaat dan gepaard met energieopname vanuit de het getransporteerde tijdens de splitsing en energielevering tijdens de hereniging. Dat alles moet een toegevoegde waarde geven aan het hele gebeuren, want niets gebeurt toevallig.
In het dagelijks leven kunnen we dat ervaren als energieopname en/of energieafgifte.  Het individu, dat door ontwikkeling zich wil onderscheiden door ofwel een hoger materieel niveau  te bereiken, dat wel zich wil handhaven kost energie. Daarentegen wordt energie geleverd door een dienstbare opstelling of ontwikkeling van een spiritueel liefdevol niveau, gebaseerd  op verspreiden van een integratie van universeel inzicht. In de praktijk kunnen we duidelijk dit onderscheid tussen energie opname en afgifte zien o.a. in de vorm van geven en nemen. Een topsport is een duidelijke opname, maar ook een leegzuigen van hulpverlening of grote behoefte aan aandacht, waar geen prestatie tegenover staat. Daarentegen zijn er grote leiders als Christus, Ghandi, Buddha, die een spirituele filosofie achter gelaten hebben. Maar er zijn ook veel mensen, die ongebreideld kunnen geven aan een bodemloze put. We kunnen dit ook vertalen naar ongebreidelde en misvormde liefde.
De hereniging, die ontstaat door de dood, levert bovendien een vrij komende energie op. We kunnen dit de energie van de doden benoemen, waarvan m.i. nog te weinig van genoten wordt.


 

Copyright © 2017 Leo Koppens. All rights reserved. Disclaimer Contact Home