Home 
   
 Analogieën 
   
 Filosofie-spiritualiteit 
   
 Universeel bewustzijn 
   
 (Anti)materie 
   
 (Re)incarnatie 
   
 Contact 

Universeel bewustzijn

Pim van Lommel heeft in zijn boek “Eindeloos bewustzijn” (http://pimvanlommel.nl/) , een semi-wetenschappelijke hypothese uitgewerkt van bijna-dood-ervaringen (BDE’s)  (https://www.youtube.com/watch?v=9UC2JJvJCiY) . Als hartchirurg heeft hij vaak hiermee te maken gehad met zijn patiënten. Daarbij gebruikt hij de theorie van de Kwantumfysica, een model van natuurwetten, die totaal afwijken van klassieke modellen. Aan de hand hiervan gaat hij uit van een non-lokale ruimte en verstrengeling. Non-lokale ruimte  betekent een “ruimte” niet gebaseerd op geometrische ruimte en tijd en daardoor niet “waarneembaar”. Verstrengeling betekent een koppeling onafhankelijk van ruimte en tijd en kan dus evengoed op korte afstand optreden als op onmetelijke afstand.
Alles, wat we ervaren, komt binnen als een herkenning, dat op dat moment past in ons bewustzijn, alsof het er al lang was, maar wat we nu kunnen plaatsen in ons zogenaamd bewustzijn. Wat we ontdekken, was dat er al en we worden het  alleen maar bewust ?
BDE’s hebben meestal een gelijkenis zoals een donkere tunnel naar het licht, ontmoeten van geliefden, “alles weten”. Vooral dat “alles weten” getuigt van een soort alom bewustzijn, hetgeen volledig toegankelijk is door iedereen in deze nieuwe wereld, een non-lokale ruimte.

Dit zou betekenen, dat er een eindeloos of universeel bewustzijn is in een non-lokale ruimte, een ruimte, waarin de klassieke natuurwetten niet gelden. Hoe ontdekken we dan ons eigen bewustzijn. We zijn er steeds van uit gegaan, dat ons bewustzijn opgeslagen is in ons brein, Wanneer het brein sterft, dan zou dit opgespaarde bewustzijn dus ook weg zijn.
Een andere benadering is, dat buiten ons een universeel bewustzijn aanwezig is en dat we in staat zijn om toegang te krijgen tot – bij ons passend – bewustzijn via ons brein. Het brein slaat dan de informatie niet op maar ontwikkelt selectieve toegangskanalen tot het universele bewustzijn. Deze toegangskanalen evolueren een verbinding, waardoor een zogenaamd persoonlijk bewustzijn ontstaat. Tijdens het leven is er dan een voortdurende uitwisseling tussen persoonlijk en universeel bewustzijn. Dat doet iedereen op zijn eigen manier, waardoor er meer bewustzijn ontwikkeld wordt, dat volledig  en ongebonden ter beschikking komt in de non-lokale ruimte bij overlijden. De toegangskanalen verdwijnen en het ontwikkelde persoonlijke bewustzijn komt het “heelal” ter beschikking en maakt deel uit en geeft toegang tot verbondenheid met “bekende” entiteiten, een sfeer van gezamenlijk bewustzijn, een gevolg van de bovengenoemde verstrengeling.  Zo kan het gebeuren, dat in een BDE het eigen leven en dat van anderen bewust wordt, maar dan wel in een sfeer van intense verbondenheid zonder oordeel.
Het is juist het oordeel, dat een beperking geeft tot het universeel bewustzijn, immers als het oordeel geveld is, valt er niet meer waar te nemen. Onzekerheid – mits niet emotioneel belast – daarentegen versterkt de toegang, temeer, wanneer materiële afhankelijkheid beperkt is. De verstrengeling wordt dan sterker en kunnen verbindingen gelegd worden, die niet aan tijd en ruimte gebonden zijn. Dit is de toegang tot paranormale verschijnselen. Zo kan het ook zijn, dat er via het universele bewustzijn boodschappen mogelijk zijn tussen levenden en overledenen.
De beschreven benadering legt de nadruk op een onlosmakelijke integratie tussen de klassieke theorie van ruimte en tijd en de non-lokale ruimte en verstrengeling, ontwikkeld uit de kwantumfysica.
Vraag is, hoe het universele bewustzijn is ontstaan. Er zijn aanwijzingen, c.q. wetenschappelijke overwegingen in het kader van materie en antimaterie, dat het heelal is ontstaan uit zo’n splitsing (zie het hoofdstuk materie-antimaterie). Na de splitsing komt weer de hereniging. In ons huidig heelal zou de hereniging voor het grootste deel al hebben plaats gevonden. Deze hereniging is het resultaat van de geschiedenis van het heelal. Door deze geschiedenis is het resultaat van de hereniging een opgebouwd universeel bewustzijn. De taak van ieders leven is dan ook een toevoeging aan dit universeel bewustzijn. Om dat te kunnen realiseren is beperking van de toegang daartoe tijdens het leven noodzakelijk. In de dood daarentegen is de toegang echter onbeperkt, maar wordt echter de beperking van het universeel bewustzijn ervaren om verdere hereniging te realiseren. Daardoor wordt tijd gecreëerd  voor een nieuw leven samen met anderen, die  daarin een rol spelen (zie ook de pagina (re)incarnatie.
De cycli van leven en dood is dan noodzakelijk om het restant van de  hereniging van “heelal” en  “anti-heelal”  te realiseren, waarna het heelal ophoudt te bestaan en het universeel bewustzijn gerealiseerd is  wellicht als onderdeel van een hogere dimensie.
                        














 

Copyright © 2017 Leo Koppens. All rights reserved. Disclaimer Contact Home